VOORSPELLEN OP DE SUPER-LANGE TERMIJN

Jacob Venker

Uitspraken zoals die  van de Engelse onderzoeker Pierce Corbyn over superstormen over Nederland, zou  ik van z’n langzalzeleven nimmer op mijn naam willen zetten. Logisch, want het doen van een prognose voor de superlange termijn is en blijft immers een hachelijke onderneming.
Wanneer je, zoals ik, ooit werd gecoacht door oude rotten in het vak, je toch enigszins de literatuur kent en vervolgens jaren achtereen zelf een dagelijks weerbericht in elkaar zette, dan behoor je eigenlijk ook wel beter te weten.

Het weerbericht is een vast meubelstuk in medialand. De waarde van langere termijn uitspraken, zoals die van de Brit Pierce Corbyn, maar ook die van mij, bewijzen zich zeker wel uit de behoefte daaraan vanuit de gehele samenleving. Mijn advies is dit soort prognoses zeker wel serieus te nemen, maar dan niet eerder dan een paar dagen voordat ze actueel worden, daarbij de gewone weerberichten met extra aandacht te volgen. M.a.w.: hanteer ze, gelet op en gegeven de weersomstandigheden van dat moment, vijf dagen en bij vast weer langer, soms spectaculair ver van te voren.   

In mijn kalendarium De Weerwijzer beperk ik mij tot het aangeven van louter omslagdagen. Die gaan niet verder dan het meten van een verhoogde kans op onstabiel weer met onweer of een merkbare temperatuurschommeling. That is all.

Hoe vaak komt het niet voor dat je herhaaldelijk hetzelfde overkomt, je daarbij meent iets te ontdekken waarvan je aanvankelijk de oorzaak niet weet. Dat wekt je nieuwsgierigheid en ga je zoeken naar een verklaring. Een heel natuurlijke reactie is dat je gaat turven omdat je wilt weten of er geen toeval in het spel is. In dit verband betreft dat bij de Brit Corbyn de vermeende invloed van van zonnevlekken (cosmische straling) op de buitenste lagen van de aardatmosfeer en daardoor ook op ons weer en klimaat. Dat zelfde geldt voor mij ten aanzien van de posities van de planeten van ons zonnestelsel en hún mogelijke invloed. Gelet op bestaande onderzoeksresultaten kun je daarmee totnutoe alleen maar aannemelijk maken en beschrijven dat er een verband bestaat. Het gemeten effect verklaren is totnutoe bijna onmogelijk ( Het verschijnsel aantrekkingskracht, magnetisme of electrische lading overigens ook niet, maar zijn die wel te beschrijven ).

De technieken die ik sinds jaar en dag ten behoeve van "De Weerwijzer" hanteer, heb ik  zelf ontwikkeld. Ze zijn goed gedocumenteerd en neergeslagen in wetenschappelijke papers. Zonder enig voorbehoud werden alle resultaten gepubliceerd en staan deze ook al geruime tijd breeduit op dit internet geëtaleerd. Het betreft het resultaat van puur empirisch onderzoek. M.a.w.: uitspraken gedaan, zonder een theoretische fundering maar uitsluitend op basis van een statistisch gemiddelde. In wetenschappelijk opzicht is daar niets mis mee en alles is langs die weg ook goed herhaal- en verifieerbaar.  Maar om daarmee, in dat zo chaotische weer, nu direct zo specifiek extremen aan te wijzen is natuurlijk een heel ander verhaal. Totnutoe lijkt dat ondoenlijk aangezien dat zelfde weer nu eenmaal te chaotisch in elkaar steekt.

Indien je aan de hand van alom aanvaarde meetmethoden aannemelijk kunt maken dat je daarmee over langere periodes significant scoort, maar je tot dan toe een verklaring voor de gemeten effecten ontbeert, zou het dan juist wél de plicht van bijvoorbeeld zo’n onderzoeksinstituut als het KNMI zijn ( re: de samenleving = de overheid = het KNMI ) wél daarnaar te gaan zoeken. Maar in plaats daarvan wijst men dit af. Goed gescreende prestaties van andere onderzoekers worden (gemakshalve of uit angst voor het onbekende maar) ontkend of belachelijk gemaakt.  Het argument dat het doen van een waardevolle uitspraak op de superlange termijn onmogelijk is, is lariekoek. Goed gescreende publicaties genoeg waaruit wel het tegendeel blijkt.

Hoe nu de Brit Pierce Corbyn nu aan zijn uitspraken komt is mij totnutoe echter een volslagen raadsel. Er wordt door hem immers op geen enkele manier naar bronnen verwezen. Uiteraard heb ik hem daaromtrent wel benaderd maar krijg ik geen reactie. Wanneer Corbyn raak scoort kunnen we echter niet beoordelen of dit aldanniet een toevalstreffer zou zijn en waar hij zijn claim van 80% slagingskans vandaan haalt. Hij zou steviger staan wanneer hij de achtergrond van zijn uitspraken volledig zou openbaren. Dat hij voor medio december 2007 een koude periode, mogelijk met sneeuw, voorspelde ( hoe komt Corbyn daaraan?), valt in die periode echter wél goed te rijmen met de geocentrisch gemeten positie van de planeet Venus. Pas op 9 december 2007 kan worden vastgesteld dat het een paar dagen later echt gaat winteren.

Zo voorspelde ik op deze site in december 2007 een kans op vorst vanaf de periode 12 tot 15 maart daaropvolgend. In die periode steekt een zware storm op. Bekend feit is dat zo'n storm menigmaal de aanzet tot een totaal ander weertype vormt. Op de 16de maart komt een regendepressie pal boven ons land te liggen. De wind draait naar het noorden en veroorzaakt een duurzame aanvoer van relatief koude lucht met maartse buien en licht vorst in de nacht .

De zelfde positie van de planeet Venus, die op 13 maart 2008 synchroon liep met een zware storm, doet zich in 2009 voor in de periode 5 t/m 7 januari. Kouder zal het vlak daarna wel worden. Maar daar hoeft dan niet persé een storm aan vooraf te gaan. Wel meer wind.

Wat hierbij natuurlijk wel heel leuk is dat je met dit soort onderzoek en voorbeelden aannemelijk kunt maken dat er in de meteorologie ook nog andere 'singulariteiten' bestaan dan die welke tot dusverre bekend waren. Maar die zijn dan alleen maar te herleiden middels geocentrisch gemeten planeetposities en daarom niet alleen aan de hand van de geocentrisch gemeten posities van de zon. Die van de zon herhalen zich ieder jaar op dezelfde datum ( bijvoorbeeld: zelden een witte kerst ). Die van de planeten Mercurius, Venus en Mars vallen vrijwel nimmer op dezelfde datum.

Aan de hand van het grafiekje hieronder wordt met behulp van specifieke posities van de planeet Venus voor de 11de december 2007, maar bijvoorbeeld ook de 10de oktober 2008, een vrij opvallende temperatuurdaling gemeten. Dan bevindt de planeet Venus zich namelijk op de 216de graad van de ecliptica ( 6 grd. Scorpio ). Het is een verschijnsel dat zich al zo lang voordoet als dat mijn meetreeks bestrijkt, d.w.z. bijna een eeuw lang. Ofschoon ik dat niet grondig onderzocht heb, maar wel regelmatig heb waargenomen, wordt deze koude doorgaans voorafgegaan door relatief grote neerslag hoeveelheden ( Dat was ook in 2007 het geval) . Het is een uitspraak die je kunt doen op basis van empirisch onderzoek.

VENUS215

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor meer achtergronden en belevenissen ga je naar de HANDLEIDING van de Weerwijzer

Terug naar het HOOFDMENU

 

Copyright: Jacob Venker, Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding: Pagina uit de Nieuwe Revu, November 2007

corbyn